Hoofdtekst
Ik hè nog hoeoren vertellen van nen oeden vint da, oet ne joenk was, je het dikkens skoeon hoeorde ziengen in nen bus. Je gienk er noa toe, mo je zag niemand.
Beschrijving
Een oude man hoorde in een bos vaak iemand mooi zingen. Wanneer de man in het bos ging kijken, was er echter niemand te zien.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
67
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meulebeke   
