Hoofdtekst
Mijn vader was 'ne vooruitgaande boer: hij had college gehad en zo. Die had altijd de schoonste weien, maar die legde zich daar ook op toe. En hij had altijd het schoonste vee van den omtrek. Hij is eens naar ne prijskamp geweest met zeven beesten en hij kwam met drie eerste prijzen thuis. Met één koe had hij den tweede prijs, en dan was er nog enen bij de jury die zei dat ze den eerste moest hebben. Veertien dagen later kwam hier 'nen heer van Brussel op de velo. 'Ben ik hier bij Meneer G.?' Toen wou hij die koe kopen. 'Ja', zei vader, 'maar dat zal niet gaan, die verkoop ik niet.' Vraag maar geld', zei den heer... Veertien dagen daarna kreeg de koe de kalfziekte en ze gong kapot. Daarmee is het begonnen... Op twee jaar tijds gongen hem zeven schoon koeien kapot, en de kalver en de verken en alles. De hennen vielen zó kapot op de mesthof. Toen kwam de veearts van Bree, dat was 'ne S. Die heeft hier dag en nacht op de stal gelegen. Maar daar was niks aan te doen; de beesten kalfden, ze legden zich neer en ze gongen kapot. Dat duurde zo twee jaar, en toen gong er weer een liggen... de achtste. Toen kwam kapelaan V. op 't geleeg met meester M., om te zeggen dat ze hem uit de verzekering gongen smijten. Moeder was Sint-Jansberen aan 't plukken, dat heeft ze mij dikwijls verteld. Ze hadden al dikwijls aan de kapelaan gevraagd om de stal te overlezen, maar hij kwam niet af. En de pastoor van Diepenbeek, dat was 'ne neef, en die kwam ook niet. Hij zei dat het niet mocht van de bisschop zonder zijn permissie. Maar die hadden schrik... die vrijwaren hunne kazak. En moeder spreekt de kapelaan aan... Ze woonden toen nog ginds, maar de beesten stonden hier op stal. Vader had er ook al bij gelegen, en hij droomde 's nachts: hij zag een heel oud wijf, een lelijk sjernèèl... Die zei zo: 'Ha', zei ze, 'nu hebt ge de koe hier liggen, maar ik vind ze hier goed als ginds.' Maar dat was natuurlijk maar 'nen droom.En toen zegt moeder tegen de kapelaan: 'Dat is toch niet schoon gedaan.' 'Blijf gij hier effekes staan', zei hij, 'dan zal ik eens binnen gaan.' Ze gongen hier achterom, zo langs de sjob af. Dat duurde 'ne minuut of ettelijk...En daar was toen op de pannesjob 'ne stoker van Echt, 'nen Hollander, Joezep zegden ze. Die kwam om twaalf uren altijd naar de stal. Hij kwam weer het geleeg op, de pannesjob was juist uit, recht naar de stal. En hij komt uit gelopen... 'Komt toch eens gauw kijken, de koe staat en vreet de heel hei op.' En ineens komt de koe buitengevlogen, en ze springt over den draad de wei in. En de ander beesten stonden er rondom en ze bromden allemaal. Dat zijn geen leugens, dat is waar. En het was gedaan... Toen zijn wij nog naar de Paters van Sint-Jansberg geweest en 'ne Pater , Père Louis, is toen alle jaars de stallen komen zegenen. En we hebben nooit niks meer aan de hand gehad.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een boer die er om bekend stond dat hij het mooiste vee van de hele buurt bezat, nam met enkele koeien deel aan een wedstrijd. Met zijn mooiste koe won de boer de eerste prijs. Twee weken later kwam er een man uit Brussel aan de boer vragen of hij zijn mooiste koe aan hem wilde verkopen. De boer antwoordde: "Die koe verkoop ik voor geen geld." Veertien dagen later stierf de koe aan een vreemde ziekte. Vanaf die dag had de boer voortdurend ongeluk: in een periode van twee jaar stierven vele van zijn varkens, kippen en kalveren en zeven van zijn beste koeien. De veearts van Bree, een zekere S., kon de boer niet helpen. Toen de achtste koe ziek werd, kwamen kapelaan V. en meester M. de boer vertellen dat hij niet meer verzekerd was. Noch kapelaan Vincken, noch de pastoor van Diepenbeek waren ooit bereid geweest om de stal van de boer te overlezen, zogezegd omdat ze daarvoor de toestemming van de bisschop nodig hadden. 's Nachts droomde de boer van een oud vrouwtje dat sprak: "Ha, ha, nu heb je de koe in een andere stal gezet, maar ik vind het hier even goed als daar!" De boerin vroeg aan de kapelaan om in het huis te blijven, zodat zij naar de stal kon gaan. Stipt om middernacht kwam een zekere Joezep, een Hollandse stoker uit de pannenfabriek in Echt, uit de stal gelopen met de woorden: "Kom nu toch eens kijken! De koe staat recht en eet het gras van de hele heide op!" De koe kwam inderdaad kerngezond uit de stal en liep naar de weide. De boer en de boerin zijn daarna nog naar de paters van Sint-Jansberg geweest. Pater Père Louis is dan alle koeien komen zegenen. Sindsdien is geen enkele koe van de boer nog ziek geworden.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bree en omstreken)
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Joezep   
paters van Sint-Jansberg   
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Brussel   
Echt   
Diepenbeek   
Bree   
Holland   
