Hoofdtekst
Wor dat me wieder weunden, in den draai van de Brouwerijstrate en de Zuudstrate, stoend er e kapelletje up e stake. O mijn moeder dor nor ’t schole ging, wos ’t e kapelletje. Ze zein dat ’t dor spokte en dat er dor toveressen kwamen. Ze zein dat ze dor bij mekor kwamen om te beraadslagen voor toverij.
Beschrijving
In de bocht van de Brouwerijstraat en de Zuidstraat stond een kapelletje. De mensen geloofden dat het daar spookte en dat toveressen er bijeenkomsten hielden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
88D
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Zuidstraat (Beverlo)   
Brouwerijstraat   
