Hoofdtekst
Het Sint-Jansevangelie lezen.Bij onzen thuis, hadden ze veirkens. Z’hadden daar uëk den iënen tegenslag op den anderen. D’r waren uëk een paar van ons meiskes da stierven. ’t Werd zuë erg dat ons moeder ten ne kiër naar de paters gegaan is. De paters zein: “Ge moet ’t Sint-Jansevangelie lezen.”En as ze azuë van die rampen hadden, dan zaten d’r altijd ne giëlen huëp katten op ’t plansier, as ze dan ’t Sint-Jansevangelie lazen, waren die katten in iëne kiër weg.
Beschrijving
Op een varkensboerderij in Klein-Sinaai had men veel ongeluk. Op een dag ging de boerin naar de paters, van wie ze de raad kreeg om het Sint-Jansevangelie te bidden. Wanneer de boerin het evangelie bad, verdwenen de katten die voorheen altijd op de planken kwamen zitten.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
202
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Klein-Sinaai   
Plaats van Handelen
Klein-Sinaai   
