Hoofdtekst
Ik ging nogal veel naar Essche en voor mij schouw (bang) te maken waren ze mee twee kleddens die lawaait maaktegen en ik had enen ne slag gegeven, en den anderen liep en hij sprak toen schoon om hem gerust te laten; en ik bracht zijn vel mee naar huis omdat ze mij zouden geloven…
Beschrijving
Een man die vaak naar Essche ging, kwam twee grapjassen tegen, die zich als kledde hadden verkleed. De man gaf één van de grapjassen een slag. Daarop smeekte de andere om hem niets te doen. De man nam kleddes vel mee opdat de mensen zijn verhaal zouden geloven.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
708
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Antelinks   
Plaats van Handelen
Essche   
