Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0076_0076_13724 - Het hoofdkussen van de vertelster zit er voor iets tussen

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

‘k Zien ik zelve nog van de mare bereen. Da was ’n beeste die van an m’n voeten ip m’n lief no boven kroop en da zat ton in m’n nekke en ’t beet an m’n haar en ‘k wilden roepen no m’n vint mo m’n kele was toegesnoerd. En achternaar zie ‘k te wete gekommen hoe dat da kwaam. ‘k Sliepen ik me m’n hoofd ip ’n kussen dat de vluchteliengen hier achtergelaten aan. ‘k En da kussen open gesneen en pluumaze en al in de gracht gesmeten en tonne was da gedaan.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Een vrouw werd vaak door de maar bereden. Wanneer dat gebeurde, zag ze een beest dat langs haar voeten naar boven kroop en even later in haar nek zat en aan haar haren trok. De vrouw wilde haar echtgenoot roepen, maar het leek wel alsof haar keel werd dichtgesnoerd. De vrouw sliep op een kussen dat de vluchtelingen ooit hadden achtergelaten. Toen de vrouw dat kussen had opengesneden en de veren had weggegooid, werd ze niet meer door de maar bereden.

Bron

M. Vander Cruysse, Leuven, 1965

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (n van brugge)
134
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Hoeke    Hoeke