Hoofdtekst
Z: Vroeger zeiden ze toch ook dat het wufke van Toon van de Kantonier (de vrouw van Toon van de kantonier) dat dat een heks was. Dat heb ik ooit als kind horen vertellen. Ik heb dat vrouwke ooit gezien. Of dat waar was, dat weet ik niet.X: Dat ging ook altijd maar 's nachts uit en dat is zo dek (dikwijls) 's nachts opgestaan en dan ging ze de mensen roepen dat de koeien uitgebraakt waren (uitgebroken) en dat ze aan het kalven waren. Maar dat was dan niet waar.Y: Zag die vrouw er dan raar uit?X: Die vrouw maakte de mensen schrik. Die ging dan kloppen aan de deuren en zo. En ze ging die mensen altijd maar roepen en zo. En dan gingen de mensen kijken en dan was er niks.Z: Ik was achttien toen mijn grootmoeder stierf en ik heb die daar nooit iets van horen vertellen.Y: Misschien was dat een gespreksonderwerp alleen voor de oudere mensen? Z: Misschien, misschien. Ik weet het niet.Y: Uw grootmoeder of grootvader hebben u nooit iets verteld of gewaarschuwd voor heksen of zo?X: Nee. Y: En de kinderen werden ook niet bang gemaakt?X: Nee, dat was voor te lachen en zo.Y: Waren er mensen die daar in geloofden toen gij jong waart?X: Ja, die lachten daar mee, hè.Y: Er was niemand die bang was?X: Jawel, sommige wel, hè.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw stond 's nachts altijd op en riep dat haar koeien losgebroken waren of dat er een kalf zou geboren worden. Dat was dan niet waar. Die vrouw ging dan bij iedereen aankloppen. De mensen geloofden dat ze een heks was.
Bron
E. Droogmans, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (heusden-zolder)
4.3
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stokrooie   
