Hoofdtekst
Het is nog niet te lange gelêen dat er bij ons ’n moeder van hiertegen kwam en, zegt ze: "Dat zijn toch dingen met mijn zeune, de kwade hand is op hem, hij durft ’s nuchtends niet meer buiten gaan, hij durft ’s nuchtends in den donker niet meer naar zijn werk gaan!" En ze kwam vragen of we gene paasnagel kosten krijgen.En ik ginge naar de principaal van ’t college en ‘k kreeg ‘nen hele paasnagel en ‘k gaf hem aan die mensen. En blij dat ze waren, ge kunt dat niet geloven, en ze gingen nooit naar de kerke!En ze heeft die paasnagel verdeeld: ’n deel onder de zulle (dorpel) gestoken om ’t kwaad te beletten binnen te komen, ’n deel aan heur’ne vent en hij ging nooit weg zonder zijne paasnagel, en ’n deel aan de zeune.En sedertdien was hij niet meer bevreesd om ievers te gaan.
Beschrijving
Een vrouw die nooit naar de kerk ging, besloot bij de buren een paasnagel te gaan vragen omdat haar zoon door de kwade hand was geraakt. Het was zelfs zo erg dat de zoon niet meer in het donker naar zijn werk durfde te gaan. De vrouw gaf een deel van de paasnagel aan haar man- en, een ander deel aan haar zoon. Ze stak ook een stukje onder de dorpel. Daarna was de zoon niet meer bang.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
468
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
