Hoofdtekst
‘k En nog hoord dat er dor èn hof wos wor dat ze zuk e ruze an met de keren. En den oenderpaster ging om te lezen. En je ging ol de bilten (beluik voor beesten) ol lezen en ol wijwater smijten en dat e dormee holpen.
Beschrijving
Op een boerderij waar men geen boter kon karnen, liet men de onderpastoor komen. De geestelijke liep biddend door de stallen en besprenkelde alles met wijwater. Daarna kon men op die plaats opnieuw boter karnen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
228F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
