DTRUY0008_0010_9139 - Variante
Een sage (mondeling), 1946
Hoofdtekst
Van heksen gesproken… Ik heb de heks "Bauwers Katrien" goed gekend. De boerderij "Op Bauwers", gelijk ze zeggen, een oud boerenstamhuis, is steeds behekst geweest gedurende den tijd dat Trien er leefde en ook gedurende het leven der kinderen en kleinkinderen welke de boerderij erfden. Ik weet nog heel goed dat de kleinkinderen - Trien had één dochter aan wie ze haar hekskunst had overgemaakt - nog muizen konden maken - echte levende, hoor! Deze muizen hadden echter geen staart. Om de kinderen van deze hekserij te verlossen werd naar de pastoor van het dorp gegaan. Wegens dit "muizen maken" werden deze kinderen van de andere afgezonderd.Een ervan legde een zakdoek over een molshoop, nam dan den zakdoek weg, en het krioelde er van muizen, zonder staart. Op de boerderij ging ook alles slecht. De beesten stierven allemaal af op korten tijd. Ook was heel den omtrek, de "naaste naburen", behekst. Ik weet nog duidelijk waar de "soets" (vermolmde tronk) stond, door de menschen de "Neringsoets" (neringen= herkauwen) genaamd. Steeds als men daar voorbij ging op eenige afstand, want kort bij durfde men niet komen, hoorden wij duidelijk een akelig geluid als neringen (herkauwen) van beesten.Na den dood der heks is er op de boerderij en haar nageslacht terug welstand gekomen. Ook is het aardig en zeker waar: steeds waren er zieken in dat huis: de broeder der heks lag er meer dan 15 jaar ziek te bed.Wij woonden kort in de buurt en ’s nachts hoorden we dikwijls hevig lawaai op de boerderij, open- en toeslaan van deuren en vensters. Als we nog schooljongens waren gingen we zoo overal rond met "rommelpot" op vastenavond, en het stuk vlaai dat we kregen van Trien gooiden we steeds weg; voorbijgaan mochten we echter niet bij verbod onzer ouders, die bang waren voor weerwraak der heks.Ties Gieris, die ook uit onze geburen is, werd driemaal door de heks tegengehouden op denzelfden weg en denzelfden avond, van Goolder naar Bocholt-Damburg. De heks raakte den man niet aan doch keek hem "onder de klak" in de oogen. Ze was dan steeds verkleed als een "kapucien", de kap om den kop.Trien ging naar de kerk, hoor! maar het was toch geen goei. Ze was in ’t aangezicht fel met haren bewassen en had een afschuwelijk uiterlijk.
Beschrijving
Katrien B. was een heks. De vrouw ging wel naar de kerk, maar ze gedroeg zich vreemd en had een lelijk behaard gezicht. Katrien had haar heksenkunsten doorgegeven aan haar enige dochter. Daardoor kon het meisje muizen zonder staart maken door een zakdoek op een molshoop te leggen. Kinderen die dergelijke kunsten bezaten, liet men gewoonlijk door de pastoor overlezen. De boerderij waar Katrien woonde, was behekst. De vermolmde boomstronk die daar in de buurt stond, werd 'Neringensoets' (1) genoemd, omdat de boomstronk een geluid maakte als dat van herkauwende dieren. Op de boerderij stierven bovendien veel dieren. Hoewel het na de dood van Katrien veel beter ging op de boerderij, waren er toch regelmatig mensen ziek. Zo heeft Katriens broer vijftien jaar ziek in bed gelegen. Op vastenavond gingen de jongens altijd rond met 'rommelpot'. Het stuk taart dat de jongens van Katrien kregen, gooiden ze veiligheidshalve altijd weg. Ties G. werd op de weg van Goolder naar Bocholt-Damburg driemaal tegengehouden door de heks, die verkleed was als een kapucijn en de man onder zijn pet recht in de ogen keek.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946