Hoofdtekst
Bachten Groeothuze stond er ne café met slicht vrovolk in, die noch noa kerke noch kluze giengen. Eene ervan ha heur versmoeord in een putje er bachten (achter). Een bitje er achter, hielden ze in die café een feeste, ip een slichte maniere.’s Nachts wierd heel het hus in brokken geslegen. Er was pertank (nochtans) niemand te ziene. Ze hèn ‘t nie meer ipstebouwd loater.
Beschrijving
In een café woonden ongelovige mensen die nooit naar de kerk gingen. Kort nadat één van die mensen zich in een put had verdronken, werd in het café een feest gehouden. 's Nachts werd het café kort en klein geslagen, hoewel er niemand te zien was. Men heeft het café niet meer opnieuw opgebouwd.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
180
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
