Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0300_0300_32096

Een sage (mondeling), dinsdag 24 maart 1998

Hoofdtekst

14 K -We hebben daar over Ûge geklapt hé, Eugénie, Ûge, hoe heette die nu toch met haren familienaam, ik heb ze gekend, ik heb haar ma gekend en haar pa. Hij was hier kantenier aan de gemeente, als ik kleine was, die hier zo de grachten een beetje uitkuiste. En hij heette (informant komt er niet op en aarzelt) en Mense, dat was Leander.I -Maar als ge het zo direct niet weet, moogt ge het een keer opschrijven, als ge het nadien nog zou weten hé, want als ge er zo op zit te peinzen dan komt ge er niet op.II -Ja, de twee namen van die heksen kunt ge misschien een keer later zeggen.14 -‘t Kan gebeuren dat het mij nog te binnen schiet.II -Als het u te binnen schiet, schrijf het dan maar op dat briefje hé.I -We kunnen anders misschien nog ne keer in de paasvakantie, nog ne keer komen.14 -Ah, van die Ûge omdat er hier staat “legenden” (op ons papiertje). Hier de derde mei is’t kermis, mei dus van voren in mei als de derden op een zondag valt, is’t kermis.II -Ja.14 -En in oktober is’t de zondag achter de negenste, maar als de negende op een zondag valt, is’t geen kermis, ‘t en is maar de zestiende, maar dan hên (hebben) ze hier de gewoonte “Pas op dat alles binnen is, op de tweede mei nu bijvoorbeeld van de jaar, want ‘t kan gebeuren dat ge ‘s andrendaags ginder op de plaatse moogt ge gaan halen aan de kerk hé, ‘s nachts dan ze dat wegdragen hé.”I -Ah, ze dragen alles weg, staat er een emmer buiten of een ... Dat deden ze in Sint-Maria-Oudenhove ook.14 -Ah, maar hier ook hé en Ûge ôt (had) ook een beerputje, maar om dat leeg te maken, moesten ze dat huisje d’er af doen en dat was in ‘t hout en dat was zo, ik heb dat nog weten staan, vanachter toe, hier toe, hier toe, een hekje aan en ze gingen ‘s nachts dat huisje naar de plaatse dragen, maar ze zat erop, ze waren natuurlijk weg!(We lachen allemaal)14 -Ze zat erop! Op haar WC ja, ja, echt waar gebeurd!II -Ze waren schou zeker die mannen?14 -Ah, dat zal wel hé! Mijn moeder, d’er waren daar ook broers van haar bij in mijn moeder heuren (haren) thuis hên (zijn) d’er 15 kinders geweest, ‘t zijn d’er 11 opgegroeid, maar ze zijn allemaal overleden nu, ja.II -Ze’n ôn (hadden) geen trekkers vandoen? (Lachend)14 -Nee, nee.

Beschrijving

In Sint-Goriks-Oudenhove woonde een vrouw die ervan werd verdacht een heks te zijn.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
14K
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Goriks-Oudenhove    Sint-Goriks-Oudenhove   

Plaats van Handelen

Sint-Goriks-Oudenhove    Sint-Goriks-Oudenhove