Hoofdtekst
Ik ging bij een meiske mee en ’s avonds ging ik met dat meiske mee naar huis. Het regende en het waaide en we gingen allebei onder haar paraplu. Toen we 50 m. van haar huis waren waaide mijn klak af. Het was geen avans van ze te zoeken want het was pikdonker. Dat meiske zei: "Ik zal thuis de lamp halen." We gingen binnen. Het wicht ging de waszolder op om het lantaarntje te halen. Toen vraagt haar ma: "Waarom hebt ge de lantaarn vandoen?" Het wicht zei dat mijn klak afgewaaid was onderweg. "Hij heeft zijn klak toch op zijne kop", zei zijn moeder. Ik tastte op mijne kop en verdorie mijn klak stond op mijne kop. Dat wijf was een heks.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongen ging bij regenweer samen met een meisje naar huis. Onderweg waaide de pet van de jongen weg. Omdat het donker was kon het tweetal de pet niet vinden en stelde het meisje voor om bij haar thuis de lamp te halen. De moeder van het meisje vroeg waarom ze de lamp nodig hadden, waarop het meisje antwoordde: "Hij is zijn pet kwijt". Daarop zei de moeder: "Maar hij heeft zijn pet toch op zijn hoofd!" Dat was inderdaad zo. De vrouw was een heks.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
400
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zonhoven   
