Hoofdtekst
Mijnheer Hektor van Veenklooster (= baron v. Heemstra) is naar 't Heilige Land geweest in 't rijtuig. Der liep onderweg een man. Die wou graag met riden. Nou, dat kon wel. Maar onderweg docht mijnheer Hektor him benaud met die man der in. Die man had een tasje bij him. Mijnheer Hektor raakte toen om somaar te seggen bij ongeluk die man zijn hoed aan. Die man raakte hem doe kwijt. Doe stapte die man der út om de hoed weer te krijen.
Mèt lei mijnheer Hektor de zweep over de peerden.
Het tasje lag nog in 't rydtúch. Daar saten allerhande moordwerktuigen in.
Die man zou mijnheer Hektor fermoord hebn onderweg.
't Was niet in ons land, waar dat gebeurde.
Mèt lei mijnheer Hektor de zweep over de peerden.
Het tasje lag nog in 't rydtúch. Daar saten allerhande moordwerktuigen in.
Die man zou mijnheer Hektor fermoord hebn onderweg.
't Was niet in ons land, waar dat gebeurde.
Onderwerp
VDK 0958K* - De rover op de wagen   
Beschrijving
Mijnheer Hektor neemt in zijn rijtuig een man mee die langs de weg staat. Onderweg wordt Hektor ineens bang en werkt de man met een list de wagen af. Hektor raakt even de hoed van zijn passagier aan en als de passagier van de wagen stapt om de hoed op te rapen, maant Hektor zijn paard snel tot wegrijden. De passagier heeft zijn tasje in het rijtuig achtergelaten. In het tasje blijken allerhande moordwapens te zitten: de passagier was een moordenaar die het op Hektor voorzien had.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 182, verhaal 1 (archief MI)
Commentaar
15 april 1967
De rover op de wagen
Naam Overig in Tekst
Hektor van Veenklooster   
Hektor   
Heemstra   
Naam Locatie in Tekst
Heilige Land   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
