Hoofdtekst
Der woonde hier een oude frou, die geloofde aan tsjoensters.
Se had twee kinders, die hadden beide hun ferstand niet.
Dat was het werk van een tsjoenster, sei se.
Sat der in roek bij haar in 'e boom, dan was dat die tsjoenster.
Se had twee kinders, die hadden beide hun ferstand niet.
Dat was het werk van een tsjoenster, sei se.
Sat der in roek bij haar in 'e boom, dan was dat die tsjoenster.
Beschrijving
Een vrouw heeft twee kinderen die verstandelijk niet helemaal in orde zijn. Volgens de vrouw is dat het werk van heksen geweest. Ook als er een roek in de boom zit, denkt de vrouw dat het een heks is.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 182, verhaal 1 (archief MI)
Commentaar
15 april 1967
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21