Hoofdtekst
Boven, bo de school nu staat, doa stond een wei en doa spookte het altijd. Doa liepen altijd pjaad (= paarden) op die wei en die deden niks as sjiete (= veesten) laten. Af en toe belde het ook om middernach(t). Die pjaad sprongen en ze gooiden de poten uit. Dat waren ook weerwolven.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In de weide waar later de school werd gebouwd, spookte het vroeger. De paarden gedroegen zich vreemd en 's nachts hoorde men in de weide vaak gerinkel van bellen. Het moeten weerwolven zijn geweest.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
541
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
