Hoofdtekst
’t Waren daar twee goê vrienden dien bijeen waren hein, in een huis. En dienen enen – da was Sis Sertenk – zei dat ie koest toveren. En ie zei tegen dienen anderen:“Wilde gij ne keer op mijn voeten staan, zei ’t ie, we willen ne keer naar Bost vliegen, zei ’t ie. Maar ge moet zien da ‘e op mijn voeten blijft staan”, zei ’t ie.En dieën andere mens en tost daar natuurlijk nie op staan, op die voeten.“Awel, zegt ie, Sis Sertenk, we gaan een wettementspel aangaan, wie dat er ginder den eersten gaat zijn”, zei ’t ie.En ’t goot water mee g’hele beken. En ze gingen een wettementspel aan hein. Maar die ginder den eersten was, wàs Sis Sertenk, zo droge, zo droge as iet! En die andere dien daar toekwamen, waren zo nat, zo nat dat ’t water uit older lijf liep!En alleman was daar schou van hein, omdat hij azo koest toveren.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man die beweerde dat hij kon toveren, sprak tot zijn vriend: "Wil jij een keer naar Bost gaan? Kom dan op mijn voeten staan en we vliegen erheen". Omdat de vriend dat niet durfde, sprak de tovenaar: "We zullen een weddenschap sluiten en zien wie van ons beide als eerste in Bost zal zijn". Hoewel het regende, was de tovenaar in een mum van tijd droog in Bost. De vriend deed er veel langer over en was kleddernat.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
215
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Munkzwalm   
Plaats van Handelen
Bost   
