Hoofdtekst
Bakelandt wos èn eersten deugniete. Enne zat hij in ’t Vijverbus. ’t Wos dor ol bus. Pakt datten e keer hier zat en toen e keer dor. Enne dei hij van olles: pakken en stelen. Den deen die er geren bij wos, ging erbij. ‘k En ik mijn vader dikwissen horen vertellen van Bakelandt. Die ook slecht wos, dei mee. Ze moeten zieder olleszins gepakt geweest èn. Z’èn d’er olleszins nooit geen goed meegedon. Ze goengen gon melken, de boer en de boerinne en ze stoen toen an de deure en ze gingen binnen want z’an de deure niet gesloten. En binnengo nol de vijnster dein z’ook. Bakelandt wos oltijd up roete, dag en nacht. En j’e toen gasten die ulder erbij smijten om schone dagen t’èn. ’t En nog boeren geweest die, o ze niet wilden vertellen wor dat ulder geld zat, ze pakten en ze voor ’t vier zetten dat ze schier (bijna) upbrandden van dat vier. ‘k En ik mijn vader dat dikwissen horen zeggen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt vertoefde vaak in het Vijverbos. Hij pleegde diefstallen en nam graag nieuwe leden op in zijn bende. Terwijl een boer en een boerin de koeien aan het melken waren, pleegde de bende een inbraak op de boerderij. Bakelandt was zowel overdag als 's nachts op pad. Boeren die niet wilden vertellen waar hun geld lag, werden bij het vuur gezet, zodat ze haast verbrandden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)west-vlaams (vrijbos)
63A
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Vijverbos   
