Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCALL0117_0117_29273 - De boer zat vast met zijn kar

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

De boer zat vast met zijn kar.Nen boer, ‘k ben zijnen noam vergeten ree nen kiër om ajuin noar ’t Broek. Zijne knecht was derbij. Nou komt die knecht op ’t eirf geluëpen en zegt tegen de boerin da heure vent vast zit mee zijn kerre in ’t slijk. Die boerin hoalt neg ebuur en tegoar (samen) goan ze mee een peird den boer helpen. Moar as ze doar toekommen zien ze den boer afkommen mee zijn kerre, just gelijk as er niets gebeurd es. De gebuur en de boerin goan noar huis. Tien minuten doarachter komt die knecht vedrom en zegt dat den boer terug vast zit. De gebuur en de boerin goan terug moar weer komt dien boer schuën afgereen mee zijn kerre. Zuë es da drei kiëren gegoan en van dein af heet die gebuur giën woord nemiër gesproken mee dien boer en zijn familie, omdat tje peisden da z’hem veur de zot g’haan houn.

Beschrijving

Een boer ging samen met zijn knecht uien halen in ’t Broek. Op zeker ogenblik kwam de knecht terug naar de boerderij gelopen, waar hij de boerin vertelde dat de boer met zijn kar vastzat in het slijk. De boerin ging samen met haar buurman op pad om de boer te helpen. Toen de twee ter plaatse waren gekomen, reed de boer echter zonder enig probleem rond met zijn kar. Daarop keerden de boerin en de buurman terug naar huis. Even later stond de knecht er echter al opnieuw met dezelfde boodschap. De boerin en de buurman gingen weer op pad, maar ook deze keer bleek er geen probleem te zijn. Datzelfde gebeurde driemaal opnieuw. Sinds dat voorval heeft de buurman geen woord meer gesproken met de boer en de boerin omdat hij ervan overtuigd was dat ze hem voor de gek hadden gehouden.

Bron

R. Callaert, Leuven, 1969

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
72
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Moerzeke    Moerzeke   

Plaats van Handelen

Broek    Broek