Hoofdtekst
I Als ze vroeger een put hadden waar ze water uit konden halen zeiden ze dan ook niet: "Pas maar op, want daar kan je ene intrekken" of zo?17 Oh, ze maakten de kinderen bang ermee dat ze niet te kort moesten bijkomen: "Pas maar op, het ‘èèvermènneke’ die trekt jullie erin!" Dat wel. Dat heb ik wel gehoord.I Het ‘èèvermènneke’ dat zou dat dan ook doen, ja?17 Jaja.15 Dus was het ‘èèvermènneke’ niet alleen goed, maar ook slecht.
Beschrijving
Vroeger maakte men de kinderen wijs dat in putten alvermannetjes zaten, die hen naar beneden konden trekken.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (groot-riemst)
17S 330
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
