Hoofdtekst
Der was hier ook ‘nen Duitse Schaper. En in den tijd desten (dorsen) ze nog met ‘ne vlegel hé. En ze waren in de schure bezig en den Duitse Schaper ging ‘ne keer gaan kijken. "Hoe lange moet ge nog dessen?" – "Nog ’n hele weke!" zeien ze. "Moet ‘k ik dat ’n keer doen? Tegen ten twaalven is ’t gedaan!" En hij allene in de schure en zij moesten buiten gaan. En ten twaalven, hij kwam buiten en ’t was al gedaan! En weet ge wat dat hij deed? Der was een die door ’n splete gekeken had en hij had gezien dat hij zijn kousen afdeed en hij ging barrevoets der over en ’t was uit! Hij ging daar simpel over, hij deste hij alzo!
Beschrijving
Toen men op een boerderij in Heestert in de schuur aan het dorsen was, kwam er een Duitse schaper voorbij, die vroeg hoe lang men nog werk had met het dorsen. "Nog een week!" antwoordde men hem. "Ik zal dat eens snel doen, zodat het werk vóór twaalf uur gedaan is", zei de Duitse schaper. Hij wilde wel even alleen zijn in de schuur. Iemand die door een spleet had gekeken, zag dat de Duitse schaper zijn sokken had uitgetrokken en op zijn blote voeten over het graan had gelopen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
491
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heestert   
Plaats van Handelen
Heestert   
