Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PVAND0143_0144_20793 - Kwade hand op kind en op volwassene (koek aan 't herte)

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

- En die Sliete Baert, heure vent was Baert, zij was Sliete Spriet, kwam ne keer achter ne schotel vlees. En we waren aan ’t eten, pap met suiker. En we schepten eerst pap en ton suiker en lijk of da ‘k suiker schepte voor m’n grootste kind, ton springt ze ip en ze zet die suikerpot over voor m’n vrouwe en m’n ander kind. En dedie scheppen suiker en ze zijn betoverd. En enige dagen nadien kost da kind nie meer eten en ’t schreemde (weende) tot de zaterdag achter Allerheiligen. Da was ip Allerheiligen, ip ne zaterdag gebeurd.- (Zijn vrouw Hermenie Kerckhove vertelt verder:)En ’t bleef schremen en ‘k ginge naar de paster en dedien zei: "’t Is nie betoverd, gaat naar den dokteur Maes." Maar ‘k goenge niet want ’t was betoverd. En ‘k goenge naar huus en den onderpaster kwam en j’overlas het maar da was geen avance (niets gebaat), van je geloofde d’r niet an. En k’hè ton naar Steenbrugge naar de paters geweest. En ‘k keerde were met da kind ip m’n arme en me kwamen Sliete tegen en ze begoste te klappen en ‘k klapte were en o ‘k thuus kwam was da kind genezenen ‘k ware ‘k ik betoverd. En da was van d’r tegen te klappen. En ‘k was alten mauveblauw in de plekke van rood. En ’t witte van m’n ogen was heel wit. En ’s nachts ‘k had lijk alten een hand an m’n herte dat open en toe ging. En o ‘k uut m’n bedde sproeng en m’n paternoster pakte voor te lezen, was da gedaan. En ‘k vertelde dadde en ze zeien: "’t Is de koeke an ’t herte, ge zijt betoverd." En ‘k goenge ton naar Egem voor de vroevrouwe en dedie oenderzocht mij en zij zei waar da’k zeer hadde en ze ging mij helpen want ze ging omme met de paters van Steenbrugge en ze koste ook vele. ‘k Moeste naar Bissegem gaan voor den herteklop en naar Kortrijk naar ’t Kelderke van Mizerie. En ze gaf ne koeke voor ip ’t eten en ‘k moeste een lint dragen roend mij totdat ‘k het verloos. Dien herteklop was gedaan met naar Bissegem te gaan en ton was ‘k dadde in acht dagen kwijt. En veertien dagen nadien moeste ‘k naar da wuveke gaan en ze zei: "’t Zou moeten gaan dienen zijn naar Frankrijk en alle dagen acht dagen lang naar de kommunie gegaan zijn." En ze ging twee meiskes uut ’t gebeurte doen gaan. En ze zei: "O j’ d’helft van de ziekte gepasseerd hèt in d’eerste dagen, ton zij j’ goed, anders zij j’ dood en begraven." En kontent da ze was o ze mij nadien zag want ze peisde serieus da ‘k ginge doodgaan en de tranen sproengen uut heur ogen van kontentement (geluk).

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Op zaterdagavond met Allerheiligen zat een gezin aan tafel pap te eten, toen een vrouw uit de buurt een schotel vlees kwam halen. De vader schepte suiker in de pap van zijn oudste kind, waarop die vrouw prompt de suikerpot bij de echtgenote en het ander zette. Enkele dagen later kon dat kind niet meer eten. Het huilde tot de zaterdag na Allerheiligen. De moeder ging met het kind naar de pastoor. De geestelijke geloofde niet dat het kind betoverd was en stuurde de moeder naar de dokter. Omdat de moeder er toch van overtuigd was dat het kind het slachtoffer van toverij was geworden, liet ze het overlezen door de onderpastoor. Dat hielp echter niet omdat de onderpastoor zelf niet in toverij geloofde. Daarop ging de moeder met het kind naar de paters van Steenbrugge. Op de terugweg kwam de moeder die vrouw uit het dorp tegen, die op Allerheiligen op bezoek was geweest. De moeder sprak met de vrouw. Bij haar thuiskomst was het kind genezen, maar was de moeder betoverd. Ze had een paarsblauwe kleur en het wit in haar ogen was witter dan normaal. 's Nachts voelde de vrouw een hand bij haar hart. Wanneer de vrouw uit haar bed sprong en een paternoster begon te bidden, kwam er een einde aan dat vreemde gevoel. De mensen beweerden dat de moeder 'de koek aan het hart' (hartziekte) had. Daarop ging de moeder naar de vroedvrouw in Edegem. Die vrouw ging om met de paters van Steenbrugge en beschikte zelf ook over bijzondere krachten. De moeder moest naar Bissegem gaan en naar het Kelderke van Mizerie in Kortrijk. Onderweg moest ze de koek opeten, die ze van de vroedvrouw had gekregen. Ze moest ook een lint dragen tot ze het verloor. Toen de vrouw naar Bissegem was geweest, had ze geen last meer van hartkloppingen. Veertien dagen later ging ze opnieuw naar de vroedvrouw, die zei: "Je zou op bedevaart moeten gaan naar Frankrijk en acht opeenvolgende dagen te communie gaan. Ik zal twee meisjes uit het dorp naar Frankrijk zenden. Als je de helft van de ziekte gedurende de eerste dagen hebt doorgemaakt, dan zal je genezen. Anders ben je dood en begraven".
De moeder genas, tot grote vreugde van de vroedvrouw die haar had geholpen.

Bron

P. Vandewalle, Leuven, 1968

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
280
memoraat

Naam Overig in Tekst

Steenbrugge (paters van)    Steenbrugge (paters van)   

Allerheiligen    Allerheiligen   

paters van Steenbrugge    paters van Steenbrugge   

Kelderke van Mizerie (Kortrijk)    Kelderke van Mizerie (Kortrijk)   

Naam Locatie in Tekst

Zwevezele    Zwevezele   

Plaats van Handelen

Kortrijk    Kortrijk   

Frankrijk    Frankrijk   

Bissegem    Bissegem   

Steenbrugge    Steenbrugge