Hoofdtekst
De Maore, vaoder Coene et ook nog bereen ewist. E zag lik etwien ofkom. En ze naorst ossan en ommeki, z’a num vaste bie ze kele. En o moeder dat hoorde, ze riep ze name en ’t was ton gedaon. Je moe lik etwot over ulder smieten, je zoe ze ton vang.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die door de maar werd bereden, had het gevoel dat hij door iemand bij de keel werd gegrepen. Toen zijn echtgenote zijn naam riep, was de man verlost van de maar. Als men door de maar werd bereden, moest men iets over zich heen gooien zodat men de maar kon vangen.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
81
Ouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eggewaartskapelle   
