Hoofdtekst
In Könsem (= Koninksem) gingen twee vrouwkes rond, één was een heks, mè d'ander nie, en voilà! die één, die deed oech (= U) van alles aan de hand. Mè in e huis bo ze al dek (= dikwijls) gekomen was, hebben ze ereges een relikwie gehaald en e steenke opgebroken in de gang en het doa onder gelegd; en die één, die ging toch zo hel (= vlug) en het sprong en het triepelde, zo rap ging het! Mè t' rnoa kwam ze toch niemee! D'ander was zo een dikke, weet zje het nog?
Beschrijving
In Koninksem wandelden vaak twee vrouwen rond, van wie de ene een heks was. In een huis waar men al veel problemen had gehad met de heks, legde men een relikwie onder een tegeltje in de gang. Daardoor kon de heks niet meer binnenkomen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
810
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Koninksem   
