Hoofdtekst
‘k Kennen ik nog een liedje van de Duitse Schapers:“In de tijd dat er vele Duitse Schapers waren,zeer rap en fijn in ermansieren (toveren)of in de kusnte van ’t goochelen.”Boer Maes hadde ook a (een) Duitse Schaper en as ten (als hij) ’s nachts op de grond stampte, ‘k kwam daar a perreje (paardje) en die Schaper zei “over al en deur (door) al” en dat perreje vloog naar Duitsland. En tegen de nuchtend je (hij) kwam were naar de boer. En ’t was ook een die wilde meerijen. Maar dat perreje wilde dat niet verstaan van hem, ’t luisterde maar juiste naar de schaper. En ’s nuchtens were op z’n werk he.
Onderwerp
SINSAG 0691 - Die Fahrt der Zauberer beobachtet.   
Beschrijving
Bij een boer werkte een Duitse Schaper als knecht. Als de knecht 's nachts op de grond stampte, dan verscheen er een paardje. De knecht ging op het paard zitten en zei: "Over alles en door alles". Vervolgens vloog de knecht op het paard naar Duitsland. De volgende ochtend was hij alweer terug bij de boer.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
255
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
