Hoofdtekst
‘k En ik nog horen vertellen van mijn grootvader dat er e vint wos die in èn herbergschge zat en die zei datten niet gepijnd wos van Bakelandt tegen een van Bakelandts bende. Otten voortging wossen angegon van twee mannen. Enn’had e groten hoend mee. Dien hoend verdedigde zijn meester. Dien hoend wos ezo gestoken, datten gekreveerd is thuus. Die vint koste voortgon mor ne misgoeng enne kaam èn andern tegen die vroeg: "Zijt je verloren gegon dè?" "Jaa’k" zei die menere. Mor dien andern wos ook een van de bende van Bakelandt. "’k Gon joen up de juuste roete zetten" zeiten. Enn’e toen zijn geld gepakt.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In een herberg had een man gezegd dat hij niet bang was voor de bende van Bakelandt. Toen de man samen met zijn grote hond vertrok, werd hij aangevallen door twee mannen. De hond verdedigde zijn meester, maar raakte zo zwaar gewond, dat hij thuis gestorven is. De man kon wegkomen, maar kwam verderop iemand tegen, die vroeg: "Ben je verdwaald?" Toen de man bevestigend antwoordde, zei de vreemdeling: "Ik zal jou eens terug op de goede weg zetten" en nam al het geld van de man af.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
54A
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Houthulst   
