Hoofdtekst
En in Lanaken, dat moet waar geweest zijn. Hoe was dat ook? O, ja! Daar was een boerderij hè en daar zat het zo vol ratten. Ja, die wist niet hoe hij uit de ratten geraakte. Maar toen was daar een spook gekomen dat zei: 'Zo moet gij dat doen om die ratten te verdelgen. Gij moet een grote fornuisketel vol water doen 's avonds. En die stookt ge totdat hij kookt en dan pakt ge een loes (= pollepel) zo met een steel aan.' Een lepel allé, een voederpan dat ze zeggen, daar goten ze vroeger varkenseten mee uit hè. En als die spoken uitkwamen en daar was één hoofdman bij, dat was een dikke rat, dat moest een rat zijn, nog dikker als een kat. En die kwamen allemaal naar die boerderij. 's Avonds kwamen die binnen en die bleven allemaal op een distantie zitten. Die preegten (= klaarzitten om te springen) om op die boer te kunnen springen (Jef toont hoe de ratten klaarzitten). En toen die kort genoeg genaderd waren, gooide hij zo een klets water en hij raakte er verschillende hè, verbrand. En het was op een zaterdag en 's anderendaags in de vroegmis in Lanaken waren de helft van de vrouwen allemaal met de kop toegebonden. De helft van de vrouwen hè, die waren behekst, die heksten hè. Dat waren die ratten toen en hij was ze kwijt, ze kwamen niet meer.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Op een boerderij in Lanaken kampte men met een rattenplaag. Op een dag verscheen er een spook dat aan de boer vertelde wat hij moest doen om van de ratten af te geraken. De boer volgde de raad op en goot kokend water over de ratten. Toen de boer de volgende ochtend naar de mis ging, zag hij dat de helft van de vrouwen brandwonden aan hun hoofd hadden. Het waren heksen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
c'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
Plaats van Handelen
Lanaken   
