Hoofdtekst
De duivel in eigen persoon is nog te zien geweest in Zevenbergen. In die tijd was die herberg – we gaan geen kwaad spreken – maar we mogen toch gerust zeggen: om ze te laten. De pasters hadden er al dikwijls tegen gepreekt en ’t was zelfs met naam en toenaam: “Wie naar de Zevenbergen gaat, amuseert zich noch min noch meer met de duivel…” En op een keer gebeurde het. Ik rappeleer het mij nog goed. ’t Was een zondagavond. Het was nog maar zeven uur. En van beneden komt een hele processie volk, juist gelijk wanneer een fabriek gedaan is. Maar niemand sprak een woord. Ik vroeg mij af: zou er misschien een ongeluk gebeurd zijn? Maar ’ t was wat anders! Onder ’t bal was een meisje aan ’t dansen, met een onbekende vent. Ze kijkt naar beneden, en hoejejoei, van af zijn knieën tot beneden had hij echte paardepoten, juist gelijk de duivel in de Sint Hermeskerk. Dat meisje, van alteratie, roept gelijk een varken en loopt weg. En heel de bende dansers stormt mee naar buiten. In een wenk was heel de danszaal leeg. Daarna is het toch een beetje gekalmeerd in de Zevenbergen.
Onderwerp
SINSAG 0902 - Teufel tanzt mit Mädchen (Mann), das tanzen will, wenn es auch mit dem Teufel wäre. Erkannt am Pferdefuss. (Bocksfuss).   
Beschrijving
In de Zevenbergen heeft men ooit de duivel in hoogsteigen persoon gezien. De pastoors hadden al vaak gepredikt dat de mensen niet naar dat café mochten gaan. Op een zondagavond had een meisje in dat café met een man gedanst. Toen ze naar beneden keek, zag ze dat de man paardenpoten had. Het meisje had luid geschreeuwd en was weggelopen. Daarna hadden alle mensen de danszaal verlaten.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
503
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
Plaats van Handelen
Zevenbergen   
