Hoofdtekst
I Euh, dan verhalen over luchtgeesten, gelijk dat ze geluiden hoorden en dat ze daar dan verhalen rond vertelden, dat ze bepaalde geluiden ...?23 Ja, ‘t werd op alles gedaan, hé, want ze zaten allemaal met een ei [= ze waren allemaal doodsbang], hé.I Jaja.23 ‘k Zeg altijd, eh, dat is nu goed, mijn nonkel is nadien politie[agent] geworden, maar vroeger als hij in zee ging, daardoor, wat zeiden ze? De wûven waren alleen thuis, een vent, in plaats van recht naar huis te komen, deden ze hun pijp hangen [= bleven ze plakken].I Jajaja.23 En daardoor, van ‘t minste dat er ergens een hond, en ‘t mocht nog een onnozelaar zijn, die je een beetje uitmaakte, ‘t werd in hun broek gezèkt [= geplast] van benauwdheid [= angst], ‘t schoonste gezegd.I Jajaja.23 En nu, nu weten we dat, en onze jongens [= kinderen] weten ‘t ook, maar vroeger was, werd dat zo gedaan en je werd benauwd gemaakt van in de wieg.I Jajaja.23 Je werd benauwd gemaakt van in de wieg, want ‘t minste dat ze hoorden, ‘t ging je één komen pakken, ‘t ging je één ...I Jaja.23 ‘k Zeg altijd ...X Jaja, je mag op ‘t straat niet gaan, de negertjes lopen rond voor je mee te doen.23 Jaja, de negertjes of de ding.X Mijn moeder ook, als wij op de Munteplatse1 woonden: "Niet naar de straat, hé, want ze lopen daar rond en ze gaan je meedoen en ze gaan je verkopen."23 En aan de ding, de zigeuners gaan je meedoen, daardoor, al zoiets werd er verteld, dommigheden, dat je nu kan realiseren dat ‘t geen waar was, maar ze maakten ons dan benauwd.I Jaja.23 Daardoor, want als dat ‘s avonds, als dat begon te deemsteren [= schemeren], ging je niet meer naar buiten gaan, wè.I Jajaja.23 Neen, neen.I ‘t Was een ingebouwde veiligheid, ...23 Jaja, daardoor.X Wij hadden daar een garre [= steegje] in de straat, een klein garretje, en als hij toe was, moest je eerst zo (maakt een boogvormige beweging met zijn vingers), en dan hup, de overkant ...23 En ja, daardoor, met je tong op de mond, door de ...X (X en 23 praten hier wat door elkaar)23 ... met die takken die zwiepten, dat je lawaai hoorde van die twijgjes van die takken, je denkt toch niet, je ging weer naar je kot, hé, van benauwdheid, ‘t werd ingegeven met de paplepel, hé.I Jajaja.
Beschrijving
Wanneer de mannen na het werk waren blijven plakken, waren ze vaak doodsbang bij het zien van een hond of een grapjas die hen de stuipen op het lijf probeerden te jagen.
Men vertelde de kinderen dat ze niet op straat mochten komen, want dat de negertjes of de zigeuners hen anders zouden meenemen om hen te verkopen.
Men vertelde de kinderen dat ze niet op straat mochten komen, want dat de negertjes of de zigeuners hen anders zouden meenemen om hen te verkopen.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (blankenberge)
23D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
