Hoofdtekst
Toen ik nog ’n meiske was, ginge ‘k ‘ne keer met mijn vriendinne op ‘ne zondagachternoene gaan wandelen.En in ons weide liepen der drie koeien. En ommeddekeer zagge ‘k ’n oud baaske met ‘ne stok en hij hing zijne stok aan den draad en hij ging in de muilen van de koeien kijken. ‘k Riepe en tuitte naar hem, ’t en hielp niet, en we gingen weg.’s Anderdaags konden we niet kèrnen, ’t was allemale schuim en geen boter. ’s Anderdaags were schuim. De koeien gaven geen melk meer.En thuis gingen ze naar Bouckaert van Sint-Louis en hij gaf ’n drankske en tien dagen later gaven de koeien weer melk.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Twee vriendinnen die op een zondagmiddag aan het wandelen waren, zagen een oud mannetje met een wandelstok naar de koeien in de weide gaan. De man ging in de muilen van de koeien kijken.
De volgende dag kon de vader van één van de meisjes geen boter meer karnen. Omdat het probleem aanhield, ging de boer naar een genezer in Sint-Louis, van wie hij een drankje kreeg. Tien dagen later gaven de koeien weer goede melk.
De volgende dag kon de vader van één van de meisjes geen boter meer karnen. Omdat het probleem aanhield, ging de boer naar een genezer in Sint-Louis, van wie hij een drankje kreeg. Tien dagen later gaven de koeien weer goede melk.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
429
Jeugd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
Plaats van Handelen
Sint-Louis   
