Hoofdtekst
Do was een maske die kreeg eens ne boek vanne soldaat en die had da zo wijd gebracht dat da een heks was. En die had 3 broers die sliepe bove oppe zolder. En alle nachte ging zij er ene aframmele en dan zei den ene tege den andere "gij hebt tege mij gevochte". En zoewe was da 3 nachte achtereen. Allemal op toer had zij die west slaag geve. In nen hoek stond nen arduinsteen. Do klopte ze klompe op kapot. Die vloge van stukke vaneen en ’s anderendaags stonne ze er terug. As ge aan da maske kwam kost die mee heurself gene weg. Ma da boek do kos ze nie vanaf, da was allemaal geen avans. Dan is ze no de pastoor gewest.
Beschrijving
Een meisje had van een soldaat een toverboek gekregen, waaruit ze de heksenkunst had geleerd. 's Nachts ging het meisje stiekem één van haar drie broers slaan. De broers beschuldigden elkaar van de afranseling. Het meisje sloeg haar klompen stuk tegen een arduinen steen. De volgende dag waren de klompen merkwaardig genoeg weer heel. Omdat het meisje haar toverboek niet kwijtraakte, besloot ze uiteindelijk bij de pastoor te rade te gaan.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
607
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
