Hoofdtekst
2: Toen, dat was ook bijgeloof hé, ik weet niet of dat jou interesseert? Er was grote jacht in de Lovie en mijn vader, met nog twee andere muzikanten – hij was toen 17 jaar oud – mocht de jachthoorn gaan spelen, zie je, om het wild op te jagen. Plotseling, Van Merris, hij telde, en hij telde dertien. Ze zouden met dertien aan tafel zitten. Zegt hij tegen een van z’n knechten, zegt hij: "Zeg dat de koetsier vlug Stijntje naar huis brengt en dat die zich op zijn zondags kleedt, hij kan dan bijzitten voor de veertiende." En mijn vader zat erbij. Ik heb nog altijd de menukaart en die is van het jaar 1887. Maar ze hebben daar dan nog iets gegeten. Ik zeg tegen mijn vader: "Hebben jullie dat allemaal gegeten, al die schotels en al die wijn?" Ik geloof dat er wel 20 soorten wijn op stonden. Er was daar wijn in van 1834. Dat is al eens gepubliceerd geworden in dat ding, hoe heet dat weer, van Roesbrugge?X: De IJzerbode?2: De IJzebode. (maandelijks informatieblad voor Roesbrugge, Proven en Stavele)
Beschrijving
Toen in Poperinge een grote jachtpartij werd gehouden, moest een man op de jachthoorn blazen. Toen de heer de aanwezigen telde en vaststelde dat ze maar met dertien aan tafel zouden zitten, stuurde hij zijn knecht naar de man om hem uit te nodigen voor het eten. Tijdens de maaltijd werd wijn uit 1834 geserveerd.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (poperinge)
2E
1887
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Poperinge   
