Hoofdtekst
in het gezin Onkelinx-Bekkers te Heiselt was er e kind van 6 mônde; en iniens begon het kind ’s nachs te grêne; en da was elke nach erger; en het kind vergoeng hielemôl; en as het mê iemand sliep of in een ander bed, was het gerust; een â vrâ van ’t gehucht zei van ’t kussen oupe te doen; da was Antonie Sterken; het was e plöme kusse; en ze voengen er ene vougel in; en dô was nog iene vluigel di ontbrak; en ze stakken het in brand; en alles brandden op, mo de vougel ni; en ze gouten er petroleum op en het ging nog ni; en dan goute ze er wêwôter op; en dan brandden het op; da was de kôjând; en de pastoeur zei och: "Er is nog vuil kôd in de wereld"; en hem gaf hun e krös ver onder de duir te steke; en zoe wiste ze wie ’t gedôn hâ: een vrâ öt Rukkelinge di dikwijls dô kam en het kind it gaf; en dan kon ze nemie binnekoumen en het kind was geneze.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een gezin uit Heiselt had een kind van zes maanden, dat de hele tijd lag te huilen. Enkel wanneer het kind in een ander bed sliep, was het rustig. In het hoofdkussen van het kind vond men een vogel waaraan nog één vleugel ontbrak. Men probeerde de vogel te verbranden, maar het ding vatte pas vuur nadat het met wijwater was besprenkeld. Toen men een kruis onder de deur had gestoken, ontdekte men wie de heks was. Een vrouw uit Rukkelingen die het kind vaak iets was komen brengen, kon niet meer binnen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
353
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Jeuk   
Plaats van Handelen
Rukkelingen   
Heiselt   
