Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen moest een genezer halen voor een paard dat haar veulen verstootte. Het paard was woest en schopte zelfs naar het veulen. De genezer liet achter het paard een stok vallen. Daarna sprak hij zachtjes tegen het paard en kwam langzaam naar voren. Vervolgens leidde de genezer het paard naar haar veulen. De merrie bleef rustig en liet haar veulen drinken.
Bron
D. Lecock, Leuven, 1974
Commentaar
brabants (haspengouw)
58G
Omstreeks 1897
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Walshoutem   
