Hoofdtekst
Roend dat oed kasteel an café Lettenburg is ’t er ne wal. O je do ’s aves passeerde hoorde j’hem brullen en tieren en j’had ’n groten iesderen keten roend z’n nekke die over de strate rammelde. De menschen dosten do nie passeren, zelfs ’t mannevolk was ’t er schuw van.
Beschrijving
Niemand durfde 's avonds langs de wal rond het kasteel te lopen. Van ver hoorde men daar immers de waterduivel brullen en tieren. Hij droeg een ketting rond zijn nek, waarmee hij over de grond sleepte.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (n van brugge)
31
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Kruis   
