Hoofdtekst
Beschrijving
Op de heide woonde een man die met de duivel omging. Hij had een toverboekje waardoor hij over bijzondere krachten beschikte. Toen de man op een dag ziek werd, liet hij de pastoor komen, die zei: "Eerst moet dat toverboekje hier weg". De tovenaar legde uit dat hij dat boekje niet kon stukscheuren. De pastoor nam het boekje vast een scheurde het in wel duizend stukken. Enkel pastoors konden dat, en ze konden het zelfs niet allemaal.
Bron
G. Van Loock, Leuven, 1957
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (mol - dessel - retie)
495
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mol   
