Hoofdtekst
48 U -En in den tijd hoorde ge wel van mensen die van de maan bereden waren, die gingen door naar huis en gerakten of geraakten of geraakten niet thuis en deden altijd dezelfde ronde, altijd dezelfde ronde en hij geraakte niet (thuis), dat heb ik ook dikwijls horen vertellen.46 -Ja, mijn nonkel heeft dat nog gehad.48 -Ja, ja. Ik heb mijn vader dat van leven ook nog horen vertellen van zo’n dingen, allez dat waren allemaal en stalkaarsen en dansende lichten en van alles eigenlijk zo hé.II -Ja, van mijn grootvader heb ik een keer gehoord dat hij op een mes (meersch, (natte) weide) geraakt was, dat de draaiboom openstond en hij geraakte en niet meer af.46 -... er niet meer af, ja, ja.48 -Van de maan bereden zeiden ze hé.I -En gelijk van die rat hebt ge nog zo gehoord van beesten of zo die eigenlijk, allez, dat was dan zogezegd de duivel die zich in die rat vermomde?48 -Waarschijnlijk, waarschijnlijk, dat mens lei dat zo uit, dat mens lei dat zo uit.I -En hebt ge nog zo gehoord van heksen of zoiets dat ze hun zouden euh, getransformeerd hebben in het een of het ander om iemand de stuipen op het lijf te jagen?
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die door de maan waren bereden, geraakten niet thuis en doolden de hele tijd rond.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
48U
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   

