Hoofdtekst
Hij moest het lijnzaad uit de houtmijt halen en dan was hij bemachtigd.Doar was uëk ne kiër een Djippenas die da iemand wou straffen en doarveur hou ze lijnzoad in een houtmijt van die mins gestruëd en hij moest da doar uithoalen en as tje da doar kost uithoalen dan was tje bemachtigd. Die man die ging noar de poaters [en] liet hem doar belezen. As tje terug thuis kwaam dan hoalden hij al de lijnzoad uit die mijt en dan kost je zuëveel as die tuëveras.
Beschrijving
Een Djippenas die een man wou straffen, had lijnzaad in de houtmijt van die man gestrooid. De man ging zich door de pastoor laten overlezen. Bij zijn thuiskomst kon hij moeiteloos al het lijnzaad uit de houtmijt halen. Hij kon evenveel als een toveres.
Bron
R. Callaert, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
115
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Djippenassen   
Naam Locatie in Tekst
Moerzeke   
