Hoofdtekst
het metske van me zuster was altêd mo ziek; en ’s nachs kon het nemie slôpe; en ze ginge no de pastoeur; da was patoeur Toen van Montenôke; en hem dui ze de kerk binnegôn mê een kers; en d’heks stond achter in de kerk; ze stond on de wêwôterbak; en z’hei thâs noeut nemie on hâs geweest.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een moeder wiens kind altijd ziek was en niet meer kon slapen, ging naar pastoor T. van Montenaken. Toen de ouders samen met de pastoor de kerk binnengingen met een kaars, stond de heks bij het wijwatervat. Sindsdien is de heks nooit meer bij de mensen op bezoek geweest.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
358
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Niel   
Plaats van Handelen
Montenaken   
