Hoofdtekst
7 En dan naast hun geloof, heel veel bijgeloof hé.8 En Kousen Marjan!X Wie was dat?8.A Kousen Marjan, dat was een heks. Ik heb die nog gekend. Ik geloof, dat ze op de Heikant woonde, maar waar, dat weet ik niet. En ze waren er bang van. En Kousen Marjan had een kapmantel met een kap om. In katoen, hé. Later zijn dat zwarte mantels in laken geworden, maar vroeger droegen ze katoen, zo juist dat ge de handen zaagt en dan in katoen. Kousen Marjan was een heks, en als ze dan ging, dan zei ze tegen haar kat... Ze had een kat. Die moest het vuur aanhouden. Die moest blazen. Als het vuur uitging, moest die kat blazen. En die deed dat. En dan ging Kousen Marjan overal langs de deuren. Maar de deuren werden op slot gedaan, want als die binnenkwam - dat was een heks - dan werden de kinderen gelijk behekst en dan waren die voor de toekomst ongelukkig.
Beschrijving
Een heks die een katoenen kapmantel droeg, had een kat die moest blazen wanneer het vuur dreigde uit te doven. Wanneer men de heks zag aankomen, deed men snel zijn deur op slot uit angst dat de heks de kinderen zou beheksen.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (arendonk)
8A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
