Hoofdtekst
Spookpaard.Mijn vader was met mijn tante vroeger door gegaan van den Rozenkrans. Da was toen dat de vrouw van Merlijntje Frits dood was. Ineens was er toen een ding afgekomen, zo groot als een paard. 't Was zo echt een paard. En diegene die daar aan de Rozenkrans waren gebleven, vertelden dat de kaars was omgevallen.
Beschrijving
Een man en zijn zus waren vroeger vertrokken op de rozenkrans voor een overleden vrouw uit het dorp. Onderweg zagen de twee een gedaante aankomen, die zo groot was als een paard. De mensen die op de rozenkrans waren gebleven, vertelden achteraf dat de kaars was omgevallen.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
97
Vader en tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gooreind-Wuustwezel   
