Hoofdtekst
Beschrijving
Een man had een uitgeholde raap met een kaars door middel van een draad aan een boom gehangen. ’s Avonds ging de man regelmatig een keer aan dat koordje trekken, zodat voorbijgangers geloofden dat het daar spookte. Toen de mensen een keer hadden gezegd dat ze naar de stalkaars zouden schieten, heeft de man niet meer aan het koordje getrokken. Hij was immers bang dat men in zijn ruit zou schieten.
Bron
A. Vanden Herrewegen, Leuven, 1975
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
vlaams-brabants (grens oost-vl. en henegouwen)
41A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bever   
