Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AMICH0102_0103_42822

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Dode (moeder?) komt terug in de nabijheid van een roethuisje: loopt op handen en voeten.Mijn vader moest 's nachts waken in een roethuisje. En de moeder van ons moeder had daar geslapen. En 's morgens gaat die naar de 6-urenmis. En ze lopen met twee over de roet, moeder van ons moeder met nog een ander; maar daar zo geen vast gedacht in. Maar de moeder van ons moeder die zag in de sneeuw dat daar precies ene lag. "'k Heb dat precies ook gezien", zei de andere. En ze pakten daar een lamp en ze gingen terug zien. En ze dachten dat dat onze vader was. Maar onze vader had toch nooit geen rode zakdoek aan, zei onze moeder. "Maar als hij er nu juist wel eens ene aangeknoopt heeft", zei de moeder van onze moeder. En negen echelen hebben ze die moeten aanzetten. Ze was er bijna van weg. En dat was om de klonters uit het bloed weg te trekken. Die komt vroem, zeiden ze, want we hebben hem daar gezien. En hij kroop op zijn handen gelijk een beest. En onze vader die lachte daar ook mee. En op een keer zag onze vader dat ook. "Sè Roos, zei hij, nu geloof ik het want nu heb ik het ook gezien." En dat loopt op handen en voeten. Dus dat is echt gebeurd.

Beschrijving

Een vrouw die 's ochtends samen met een vriendin naar de mis van zes uur ging, zag in de sneeuw een gedaante liggen. De twee vrouwen namen een lamp en gingen kijken. De gedaante droeg een rode zakdoek rond zijn hals en kroop op handen en voeten. Men heeft de bange vrouw negen bloedzuigers op het lijf moeten zetten om de bloedklonters weg te trekken.

Bron

A. Michielsen, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
antwerps (land van herentals)
252
Grootmoeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Herentals    Herentals