Hoofdtekst
het spoukte on ee kapel; en niemand dêrde dô gôn zitte; en ene joeng ging er toch ene nacht zitte; en om 12 oere kwam dô ne pastoeur; en dee dei een mis; en de joeng bleif zitte; en as het gedôn was, zei de pastoeur: "Ich dank oech want ich was tot honderde jôre verdoemd en djee hêt mich verlost; nâ is m’n ziel mê rust.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
In een kapel waar het spookte, durfde niemand te komen zitten. Op een nacht zat er toch een jongen in de kapel. Om middernacht verscheen er een pastoor die de mis deed. Na afloop van de viering sprak de pastoor: "Ik dank je, want ik was voor honderd jaar verdoemd. Jij hebt mij verlost. Nu kan mijn ziel rust vinden".
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
209
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorsen   
