Hoofdtekst
In Opglabbeek waas ene knech en dae hauw de naam van wièrewouf. Dae bedeende zich van ene band en in dae band dao zaat de hiel mach in vuer dae gas. Die bore wolle dae knech daovan verlosse want het waas ’n plaog vuer dae mins. Dow hauwe we dae knech hiej nao Dilse gesteurd. Ze gonge bakken en dow wille ze dae band opstuoke. In dat ze hem in den uove goeiden stong iè vuer den uoven en haolden hem d’roet. Dow waas er nog neet verlos.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Op een boerderij in Opglabbeek werkte een knecht die een band bezat waarmee hij zichzelf in een weerwolf kon veranderen. Op een dag stuurde de boer zijn knecht naar Dilsen zodat hij ondertussen diens band zou kunnen verbranden. Zodra de band vuur vatte, stond de knecht al bij de oven en haalde zijn band eruit. Daardoor was de knecht nog steeds niet verlost.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (maasvallei)
514
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dilsen   
Plaats van Handelen
Opglabbeek   
