Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ADESM0143_0147_29896 - X wreekt zich

Een sage (mondeling), 1955

Hoofdtekst

Kwakkels Tone wreekt zich.‘k Zak da ander vertellen van mijn vaders zusters meiske, waar, da was ook van die Tone, van die Kwakkels Tone, hewel, wulder noemdegen ze zo, 'k weet kik feitelijk nie hoe da heuren achtername es; maarre ze zeiden zulder daar altijd van Kwakkels tegen; ze weundegij zij daarre bij ne zeune van heur zustre, en ze wierd tans naar Etikhove naar 't klooster gedaan omda ze ziek was, è; enne mijn vaders zustre weundege daar aan 't klooster t' Etikhove en z' hadden een meiske van zestien jaar, en die kleinder jongies speeldegen daar buiten en 't wa daar een vensterke boven in 't oumeetsieshuis van ‘t klooster en z' had der spekken deure gesmeten deur da vensterk' è, en nu da meiske was al een jaar of zestiene, en Merietje roept vanaan heur deure: "Meug ze nie oprapen, want ‘t es van Kwakkels Tone, ge zoedt kunnen betover zijn", zeg se; en z' had dat g'hoord, die oude, waar. Seu nui, da meiske moest hij nui kommissie gaan doen en ze komt die oude teuen; enne ze zegt ezo: "Meiske, zeg ze, ik zal ui vinden, zeg ze, veur tgeent da daar gezeid hebt teuen die jongies, zei ze, en da mij durft de name geven van toveresse zei ze, ik zal ui vinden". Zo da meiske ga naar huis en ’t was hij daar stamnee en ze vertelt dat teuen heur moedre.' "Och, zeg ze heur moedre ezo, waarop da gij peist, zeg ze, ge zil gij no geloven, zeg ze, da Kwakkels Tone allijk een toveresse es", ezo waar; enne as ze in de kelder moeste gaan om bier, da was tans no nie ezo link nui, dan z' an den toog ezo tappen, da was in de keldre dan ze moeste gaan mee een kanne en als ze in de keldre moeste gaan om bier, zij zaagt altijd iets en ze begoest zij te roepen: "Oeioei, wa vier en ik kan der nie meer uit en al da vierda vier", en altijd zag ze iets en da ze zulder alle keren uit die kelder gaan halen en were boven halen, è, en op ne keer, heur moeder zegt ezo: "Ge werdt gij zeker zot of wa scheelt er daar an ui", en ze ging ermee naar den dokteur en den dokteur zei: "'t Es der niets an, an da meiske; da meiske es heel normaal"; maarre zij wier zij toch ziek en da ze zij deur den duur op hir bedde ligt, da ze zij ezo geteisterd wierd van die deugniete, waar, da z' op heur heur bedde moeste blijven liggen, enne zeg ze hir moeder: "Da kwaad moe hier buiten of ik werde stekezot". Da jong lag hele dagen te roepen en t' huilen, da was altijd: "Moedre, waarveuren jaagd' ulder nie weg, ze zitten der weeral mee ulder kloefen onder da bedde, hoorde gulder dat niet, hoe dan zilder mee ulder kloefen onder da bedde lopen, verveurn doen zulder ulder kloefen nie uit?" zei ze altijd. "Maar 't 'n es hij hier niemand, kind, 't 'n es hij hier niemand". Tet als zezij om de paster ging è, en ie had hij der twee drij keers naartoe eweest; de paster zei: "Maar 't en es hij hier geen kwaad, ge peist gulder dat, ’t en es hij hier geen kwaad"; en deur den duur zei ze teuen de paster: "Ge moet sebiets komen, zei ze, of 'k steke mijn huis in brande". Zo de paster kwam mee en d'n onderpaster moest ook meekomen enne de paster begoeste te lezen in nen boek en ie ging eerst bij da meiske aan heur bedde en ie zegt ezo: "Merietje, wat es 't 'r hier nui mee ui?" "Och, mijnheer de pastre zei ze, 't ligt hier to zulk een pakske, zei ze, en gij kunt dat d'r af doen, zei ze, en niemand anders, zei ze, maar 't ligt hier to zulk ne zware pak op mijn herte". Enne al die in huis was, moest blijven zitten waar dan ze zaten; zaten z' in nen hoek of zaten ze bij de deure of stonden z' an de deure, al moest blijven waar dan ze waren, en de paster begoeste te lezen en den onderpaster dreef ezo naar al d' hoeken en altijd naar de stove, de pletiene van de stove en amaal dat naar de stove er terbins was mijn vader en heur oudste broere, da meiske heur oudste broere, naar Schorisse, naar d'Hoppe, achter de paters, veur de paters der naartoe te komen, è, en die paters kwamen mee en ze zeiden on ze toekwamen; "We kunnen da meiske nie meer redden, 't es te late", en bins da de paster bezig was mee lezen es da meiske gestorven, Ezu heb kik mijn moeder, ik en wee der natuurlijk nie van, ewaar, 'k was nog te kleine, maar da es gebeurd binst da alles, da mijn moeder al getrouwd was en al, ewaar, da ze zij dat tans dikwijls verteld heeft teuen ons. Da was een nichte van Tjevie Geenens ook, da was mijn nichte ook; en z' en had maar twee meiskies, d' ander hebben z' ulder thans geen ruize mee gehad; en z' es der tans weggemoeten uit 't klooster, e ja, dat ek er nui no nie bij ezeid: binst dan ze zulder bezig waren, de paster dare'mee te lezen en da kwaad der buiten te doene, è, had zezij zodanig veel leven g'houen, Kwakkels Tone in 't klooster daar, dat er daar peetse noch meetse, niemand geen oge moeten toedoen ha van al 't lawijt en ezo geroepen en getierd da ze daar ha, en daarveurn es ze daar tans moeten weg gaan, z' es der nie meer mogen blijven omdan zulder peisdegen da se zij allijk iets koest è, enne z'es tuus naar Maarke gegaan en z' es in Maarke gestorven.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een vrouw die bij een zoon van haar zus woonde, werd naar het klooster van Etikhove gebracht omdat ze ziek was. Een moeder die een zestienjarige dochter en nog jongere kinderen had, woonde dicht bij dat klooster. Toen de kinderen op een dag buiten aan het spelen waren, gooide de vrouw uit het bejaardentehuis enkele suikerspekjes door het raam naar beneden. Het meisje riep naar haar broers en zussen: “Jullie mogen dat niet oprapen, want het is van een heks. Ze zou jullie kunnen betoveren!” Een tijdje later kwam het meisje de heks onderweg tegen. De heks sprak tot haar: “Ik zal je nog wel krijgen voor wat je daar over mij hebt gezegd!” Het meisje liep naar de herberg van haar moeder en vertelde wat ze had meegemaakt. Toen het meisje in de kelder bier moest gaan halen, zag ze overal vuur. Het meisje had de hele tijd hallucinaties, maar de dokter kon haar niet helpen. De pastoor was ook al driemaal op bezoek geweest, maar had gezegd dat er geen kwaad in huis was. Op zekere dag sprak de moeder tot de pastoor: “Je moet naar mijn huis komen of ik steek het in brand”. Daarna kwam de pastoor samen met de onderpastoor naar het meisje”. Hij las in een gebedenboek en vroeg aan het meisje wat er scheelde. Het meisje vertelde dat er een zware last op haar hart drukte en dat de pastoor de enige was die haar daarvan kon bevrijden. De pastoor probeerde het kwaad naar de hoeken van de kamer en naar de kachel te drijven, maar dat lukte niet. Toen ook de paters waren aangekomen, zeiden die: “We kunnen het meisje niet meer redden. Het is al te laat”. Terwijl de pastoor aan het bidden was, is het meisje gestorven. Tijdens de interventie van de pastoor had de heks in het klooster zoveel kabaal gemaakt, dat men bang voor haar werd en er niet meer mocht blijven. Ze is dan naar Maarke gegaan en is daar gestorven.

Bron

A. Desmyter, Gent, 1955

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
75
Nicht van de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Etikhove (klooster van)    Etikhove (klooster van)   

klooster van Etikhove    klooster van Etikhove   

Naam Locatie in Tekst

Bevere    Bevere   

Plaats van Handelen

Etikhove    Etikhove   

Maarke    Maarke