Hoofdtekst
Toen woonde ich in Grote-Spouwen. Do hebste ene berg en die gaat fel bergaf vanaf Weert. En in 't afgaan, do woonde ene mens, die heette Renk. En do lag een wei, die hoog van berg was, en dat zijn geen leugens. Toen koem do enen hele bol katten aan de berg afgereddeld. Allemaal aaneen vast. En kèken (schreeuwen) wei ter dievel. 'Nu kan gebeuren wat wil, dacht ich, maar als nu nog een komt dan stamp ich ze dood.' en toen koem een alleen en ze vloog voor mech in en bekeek mech met goeiende ogen en ze deed 'krsjrik' en ich deed niks.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Op een dag zag Renk een grote troep katten van de berg komen. De man nam zich voor om de volgende kat die hij zag, dood te stampen. Even later verscheen er een kat met angstaanjagende gloeiende ogen". Renk was zo bang dat hij het dier geen kwaad durfde te doen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
405
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Renk   
Naam Locatie in Tekst
Grote-Spouwen   
