Hoofdtekst
De Kokelaarschge (Koekelaarse) bende had e schuulplekke in de Kokelarebus. ’t Woren dor gasten die roendgingen voor olles of te spionnen en die toen ’t ene en ’t andre pakten. Margot wos dorbij en Proot. Neten Djoos wos de baas, e kerel van e jor of viere-, vuventwintig jor. ’t Woren dor zestien, zeventien gasten in. ‘k En niet hoord dat ze moorden gedon èn.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De Koekelaarse bende hield zich schuil in het bos van Koekelare. Enkele rovers van de bende gingen overal spioneren en stelen. De bende bestond uit zo'n zestien of zeventien rovers. De bende zou nooit moorden hebben begaan.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
149A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Margot
Proot
Neten Djoos
Proot
Neten Djoos
Koekelaarse bende   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Koekelare   
