Hoofdtekst
Tussen Passendale en Zonnebeke kwam der daar ossan (altijd) een gete. D’ouders hielden ulder jongens kort, ze waren toen nie vrij, noch dag noch nacht, die gete kwam daar altijd op zekere heuren bij een kasteel. Op ’t kasteel waren ze zieder al in bedde, ze waren zieder toen nieten geware. Dat was een die were keerde die te vele geld afgedaan (afgetroggeld) hadde en alzo voert’en ie hele dagen met een ongerust herte. Je was ie weregekeerd in een gete. Dat was in twee verschillige plekken, den ene kee in Passendale, den andere kee in Zonnekbeke. q’t Waren vele menschen die al daar nie mee dosten gaan naar Moorslee. Op ’t kasteel was alles overende (in wanorde) ’s nuchtens ook deur hem. Ze mosten zieder alle nuchten alles effen doen.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Tussen Passendale en Zonnebeke verscheen altijd een geit. Dat was een teruggekeerde dode die de mensen tijdens zijn leven vanalles had afgetroggeld. In een kasteel bij de plaats waar de geit verscheen, lag 's ochtends altijd alles overhoop. De mensen waren zo bang voor de spookgeit dat ze niet meer naar Moorslede durfden te gaan.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
31
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ieper   
Plaats van Handelen
Zonnebeke   
Moorslede   
Passendale   
