Hoofdtekst
Bij Pieter Moermans werkten z’in e sukreie-ast. En de katten kwamen ’s navonds in den ast gesproengen, in ’t vier, en ze reên de meur up. En toen achter dadde et er toen lange e gete geweest die schreemde ’s navonds in de meerschen. En o ze gingen gon kijken, ze voenden niet bij zoverre dat er èn oenderpaster wos hier in die dat ging gon oflezen mor je koste achternor geen messe meer doen van dat kwaad dat midder (groter) wos dan hem.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man zag 's avonds altijd katten in het vuur van de suikerij-ast springen. De man heeft ook lange tijd een geit in de moerassen horen schreeuwen. Wanneer men ging kijken, was er echter niets te zien. De onderpastoor is de plaats komen overlezen. Nadat dat was gebeurd, kon de geestelijke echter geen missen meer doen omdat het kwaad sterker was dan hijzelf.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
210G
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pieter Moermans   
Naam Locatie in Tekst
Oostnieuwkerke   
